Sevilla
Het regent als ik 's morgens buiten kom om Sevilla te gaan verkennen, maar dat mag de pret niet drukken. Met een serie Geocaches probeer ik een beter beeld te krijgen van de stad en haar chaotische stratenplan. Meer dan eens verdwaal ik omdat ik het verkeerde kronkelende straatje in wandel. En hoe smal het hier ook is, overal komen auto's! Vaak moet je op een veilige plaats wachten tot er een rij voertuigen gepasseerd is, soms wacht een auto ook tot ik langs ben, of moet een bestuurder 2 à 3 keer voor- en achteruit om een bocht te halen. Het vochtige weer maakt de kasseien hier bovendien erg glad, waardoor het nog extra oppassen is.
La Giralda

Als ik het station uiteindelijk verlaat, is het weer beginnen te regenen. Helaas, het is niet anders! Bovendien is het vandaag grotendeels droog gebleven! Op de terugweg loop ik nog maar eens verkeerd in één van de smalle steegjes, en ik doe er uiteindelijk meer dan een uur over om, helemaal drijfnat, terug bij mijn hotel te komen!
Tegen dat ik mijn serie van zeven geocaches volledig gevonden heb en ik in het hart van de stad terecht ben gekomen, is het weer opgeklaard en schijnt de zon weer alsof er nooit iets van regen geweest is. In dit deel van de stad zijn nog heel goed de Moorse invloeden te zien, uit de tijd dat de Moslims Andalusië en een groot deel van de rest van Spanje in hun macht hadden. De Alcázar, het oude Moorse paleis, zou je zo ergens op het Arabisch schiereiland of in Noord-Afrika kunnen aantreffen, en 'La Giralda', de indrukwekkende klokkentoren van de kathedraal, is gebouwd op een vroegere minaret.

De Alcázar
Ik kijk in de buurt wat rond en maak de nodige foto's. Als ik de kathedraal wil bezoeken, merk ik tot mijn ontzetting op dat de mensen tot buiten staan aan te schuiven. Wachttijd: ongeveer 30 minuten! Als ik de prijs zie om hier binnen te komen, haak ik helemaal af: 12 euro entreegeld, plus een verplichte audiogids (5 euro) of een rondleiding (10 euro). Er zijn grenzen! Bij de Alcázar is het zo mogelijk nog drukker. Ik haak af en ik bedenk me dat ik wel iets anders zal vinden om te bezichtigen.
Als ik langs de kathedraal terug wandel, zie ik een zijdeur waardoor verschillende mensen naar binnen gaan. "Not for tourists! Only for praying!" hangt er in het Engels op, en dezelfde boodschap in minstens vier andere talen. Ik glip naar binnen en kom terecht in een Onze-Lieve-Vrouwenkapel, die door een dik gordijn afgescheiden is van de rest van de kathedraal. Achter het gordijn is duidelijk het rumoer te horen van de honderden bezoekers. Ik steek braaf mijn kaarsje op, kan het toch niet laten om snel een foto te maken, en zet mijn tocht door de stad weer voort. Zo ben ik tóch in de kathedraal van Sevilla geweest!
Als ik de kaart raadpleeg, zie ik nog een interessant object. De arena van Sevilla ligt net buiten het centrum, aan de oever van de rivier Guadalquivir. Ik wandel er op mijn gemak heen. Hoewel veel mensen stierenvechten een wreed en dier-onvriendelijk gebeuren vinden, behoort het tot de cultuur van Spanje en zeker van Andalusië. Een stierengevecht zelf zal ik niet snel bezoeken, dat hoeft van mij niet, maar de arena laat vaak een belangrijk stuk zien van de rijke historie van een stad of een regio. Dit is dan ook de vierde arena die ik bezoek! Ik wandel er uiteindelijk ruim een uur rond.
Na mijn bezoek aan de arena slenter ik een tijdje langs de oever van de Guadalquivir. Ik steek de rivier over en kom terecht in het stadsdeel Triana. De terrassen zitten hier aardig vol, en ik neem ook plaats. In het middagzonnetje geniet ik van een variatie aan tapas.
Met een 'Carabela', een klein zeilschip zoals dit, voeren ontdekkingsreizigers de oceaan over. Deze replica ligt in Sevilla aangemeerd.
Na het eten begeef ik mij terug naar het oude stadshart, waar ik een bezoek breng aan het stedelijk museum, om nog meer van de geschiedenis van de stad te leren kennen. Als ik buiten kom, is het alweer laat op de middag.
Ik fris me wat op, mijn hotel is tenslotte toch vlakbij, en ik trek opnieuw de stad in. Zoals ik steeds heb gedaan, wil ik ook nu eerst een keer de weg naar het station afgelegd hebben. Het station Santa Justa ligt op 2,5 kilometer van mijn hotel, dus met het wachten aan verkeerslichten en het verplaatsen door door de smalle straatjes, pakweg een half uur wandelen. Het station zelf is erg modern en indrukwekkend, maar het is helaas gelegen in een onooglijke buitenwijk met veel flatgebouwen en drukke verkeerswegen.
In 1992 vond in Sevilla de wereldtentoonstelling plaats. Dit is één van de gebouwen die daarvoor opgericht werden.
Omdat ik niet nog een keer wil zwartrijden, wil ik aan het loket informeren of ik mijn trein voor overmorgen, van Barcelona naar Frankrijk, ook verplicht moet reserveren. In het reizigerscentrum is het erg druk. Ik moet een nummertje trekken en mijn beurt afwachten. Van de dertig loketten zijn er zeker vijfentwintig bemand. Het is tenslotte ook spitsuur!
Als ik aan de beurt ben, kom ik terecht bij een loketbediende die geen woord Engels spreekt, het zou ook eens niet. Ik krabbel op een briefje papier wat ik zou willen hebben en probeer het op mijn beste Spaans, terwijl een jengelende kleuter aan het loket naast me mijn woorden overstemt.
Als ik het station uiteindelijk verlaat, is het weer beginnen te regenen. Helaas, het is niet anders! Bovendien is het vandaag grotendeels droog gebleven! Op de terugweg loop ik nog maar eens verkeerd in één van de smalle steegjes, en ik doe er uiteindelijk meer dan een uur over om, helemaal drijfnat, terug bij mijn hotel te komen!














Reacties
Een reactie posten