Ria Guadiana

Vandaag verlaat ik de zonnige Algarve en zet mijn reis voort. Nu ik mijn verste punt bereikt heb, betekent dit ook dat ik vanaf hier aan de terugweg begin. Dit is misschien wel het spannendste stukje van mijn reis. Omdat ik gebruik moet maken van transportmiddelen waarvoor geen duidelijke dienstregeling te vinden is, weet ik niet of ik mijn doel ga halen, en zeker niet hoe laat! Om half 8 's morgens word ik afgezet op de kleine halte Estombar-Lagoa, veruit het kleinste station dat ik tijdens mijn reis bezoek! Van hieruit brengt de trein mij tot de uiterste plaats waar ik op het Portugese spoorwegnet kan komen.
Het dieseltreintje brengt me naar Vila Real de Santo António, het meest zuidoostelijke station op het Portugese spoorwegnet. Hier moet ik de grensrivier Guadiana oversteken, waarna ik een stuk met de bus moet. Mijn hele planning staat en valt met het halen van de veerboot. Onder normale omstandigheden heb ik 22 minuten om de kilometer af te leggen van het station naar de kade en een om een kaartje voor de veerboot te kopen. Natuurlijk komt mijn trein aan met ruim 10 minuten vertraging. Ik loop dus alsof de duivel me op de hielen zit en kom nog juist op tijd bij de aanlegsteiger van de veerboot. In een container tegenover de steiger zit de man die kaartjes verkoopt. Alsof het zo moet zijn: Overal in heel Portugal kun je betalen met een bankpas, of zelfs contactloos. Behalve hier... Mijn kleingeld is er de laatste dagen doorheen gegaan en om het bedrag van €2,30 op te hoesten kom ik juist 10 cent tekort. De man is onverbiddelijk en wil me geen kaartje verschaffen voor 10 cent minder. De Britse Pond die ik voor mijn winkelkar gebruik accepteert hij ook niet. Een vrouw die vlakbij staat, Hollands aan het accent te horen, geeft me uit puur medelijden uiteindelijk 10 cent. Gelukt, ik heb de veerboot gehaald, maar het scheelde niet veel!
Vroeger was de veerverbinding de enige optie om over te steken tussen Vila Real de Santo António, in Portugal, en het Spaanse Ayamonte. Sinds er een brug gebouwd is, worden er geen auto's meer meegenomen.
Als ik in Ayamonte, aan de Spaanse kant van de grens, van de veerboot kom, moet ik opnieuw een stuk te voet afleggen naar het busstation. Omdat ik de veerboot gehaald heb, heb ik nu echter tijd genoeg, daar ga ik tenminste van uit. Het oude centrum van Ayamonte maakt een aangename indruk, typisch Andalusisch eigenlijk, met smalle straatjes, witte huizen en appelsienenbomen. Het busstation, even buiten het centrum, is verre van aangenaam. Het moet ooit een statig gebouw zijn geweest, maar tegenwoordig maakt het een zeer vervallen indruk: Het cafetaria is dicht, de loketten zijn dicht, de enige ticketautomaat is kapot en de toiletten roepen sterke herinneringen op aan die op een 'aire' langs de Franse autoroute! Het volk dat hier rondhangt ziet er grotendeels uit alsof het rechtstreeks afkomstig is uit Little Maputo! Ik breng mijn 50 minuten wachttijd door met een hapje te eten, wat rond te kijken en een stuk te schrijven voor de blog.

Ruim voor 13u, de voorziene vertrektijd, komt de bus die ik moet hebben het station binnengereden. Op de dienstregelingen staan wel vertrektijden, maar over aankomsttijd wordt met geen woord gerept. Ook de buschauffeur 'weet het niet'. Tja, op die manier kun je natuurlijk nooit te laat komen. Ik moet de bus nemen tot Huelva, daar opnieuw 2,2k kilometer te voet afleggen naar het treinstation, waar ik de trein naar Sevilla kan nemen. Het valt me op dat als bestemming op de bus 'Sevilla via Huelva' vermeld staat. Naar Sevilla is het maar enkele euro's meer, en hoewel bussen niet echt mijn ding zijn, is mijn keuze snel gemaakt: Ik ga vandaag geen risico meer nemen. Bij de chauffeur koop ik mijn kaartje helemaal naar Sevilla en ik neem plaats. De bus is er weliswaar een voor langere afstand, maar het is toch niet hetzelfde als een trein!

De busrit van Ayamonte naar Huelva is lang en eentonig. De bus stopt onderweg op iedere straathoek, en maakt zelfs een omweg om een stad in de buurt aan te doen. Onderweg stappen er voortdurend mensen in die met contant geld willen betalen, wat de zaak enorm ophoudt. Het Andalusische landschap is hetzelfde als ik dat al ken: De 'plastic zee', de eindeloze vlakte vol met plastic kweekkassen, is hier alomtegenwoordig. Als aangename afwisseling zie ik een aantal roze flamingo's in hun vlucht. Ik was er al een week naar op zoek! Om de tijd wat te doden ga ik maar wat muziek luisteren. Helaas duurt dat niet lang: Hoe het precies komt weet ik niet, maar plotseling vallen mijn beide Bluetooth-oordopjes uit mijn oren, zo de vloer van de bus op. Die dingen zijn zwart, rond en minder dan een centimeter groot, en de ruimte die ik heb is veel te beperkt om te zoeken. De vrouw op de rij naast me heeft blijkbaar door wat ik kwijt ben. Ze duikt plotseling onder mijn stoel in en overhandigt mij één van beide oordopjes. Het andere exemplaar blijft echter spoorloos. Ik hoop dat ik bij aankomst in Sevilla wat tijd krijg om te zoeken als de bus leeg is, maar ik vrees dat ik mijn rechter oordopje niet meer terug ga vinden.

Tot mijn verbazing blijven we, op het busstation in Huelva, maar met drie man over in de bus. Terwijl ik op mijn knieën in het gangpad zit en onder de stoelen schijn met de zaklamp van mijn gsm, komt de chauffeur naar achter om onze kaartjes opnieuw te controleren. "¿Qué pasa?" vraagt hij, en ik toon hem het linker oordopje. Hij grist de gsm uit mijn handen, duikt over de stoelen heen en duikt welgeteld twee seconden later weer op, het andere oordopje triomfantelijk omhoog houdend! Dat heeft hij vaker gedaan! Terwijl ik beide oordopjes veilig opberg, realiseer ik me dat ik de juiste keuze gemaakt heb met de bus naar Sevilla. De aansluiting met de trein van 15u zou ik nooit gehaald hebben. En de volgende trein, die vertrekt pas om 19u!

Vanaf Huelva gaat het allemaal gelukkig een stuk sneller. Zonder tussendoor nog te stoppen gaan we nu de autosnelweg op, linea recta richting Sevilla. Nog een voordeel, zo zie ik later: Het busstation ligt maar een kleine 700 meter van mijn hotel, vanaf het treinstation zou ik 2,5 kilometer onderweg zijn geweest!

Het busstation van Sevilla ziet er nauwelijks uitnodigender uit dan dat van Ayamonte, maar er wordt duidelijk aan gewerkt. Zeer opvallend is het antieke trammetje, dat als monument midden in het station is opgesteld.
Ik check in, drop mijn bagage en trek eropuit voor een eerste kennismaking met Sevilla. Het oude stadscentrum bestaat uit een wirwar van nauwe straatjes en steegjes, soms zo smal dat voetgangers en auto's niet op een normale manier langs elkaar kunnen. Daartussen bevinden zich talrijke pleintjes met appelsienenbomen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Sevilla

Huiswaarts...